Interview met Jan De Maeseneer, voorzitter SARWGG

31/03/2011

Samen visie vormen

Zoals afgesproken wisselde na een jaar werking het voorzitterschap van de Strategische Adviesraad voor het Vlaamse Welzijns-, Gezondheids- en Gezinsbeleid (SARWGG). SERVbericht had op 24 februari een korte kennismaking met de nieuwe voorzitter Professor Jan De Maeseneer.

De SARWGGG mag dan nog erg nieuw zijn, u bent in de gezondheidssector een oudgediende en actief in vele samenwerkingsverbanden. Wie bent u en hoe komt u in de SARWGG terecht?

Ik ben aan de UGent voorzitter vakgroep huisartsgeneeskunde en eerstelijnsgezondheidszorg en werk nog steeds enkele uren als arts in een lokaal wijkgezondheidscentrum. Op Vlaams niveau ben ik actief sinds 1981. Toen werd ik lid van de werkgroep "Samenwerking in de eerstelijn van de Vlaamse Minister van Gezondheid. Van bij de start in 1997 was ik ook lid van de Vlaamse Gezondheidsraad. Op federaal niveau zetel ik in de planningscommissie voor de gezondheidszorg. Ook Europees en mondiaal ben ik actief onder meer als voorzitter van het European Forum for Primary Care en in het internationaal centrum voor Primary Health Care and Family Medicine, dat samenwerkt met de Wereldgezondheidsorganisatie.

Hebt u nog wel tijd voor uw gezin?

Toch wel. Ik ben getrouwd, heb twee zonen en ook al kleinkinderen. Op woensdagvoormiddag pas ik zelf op onze kleinkinderen, een heerlijk moment.

U bent sinds 1 oktober 2010 voorzitter. Daarvoor zetelde u ook al in de raad. Hoe kijkt u terug op de startperiode van de raad?

Vooreerst ben ik erg blij met de professionele ondersteuning vanuit het secretariaat. In andere organisaties waar ik een mandaat bekleed, moet ik vaak zelf de voorbereiding op mij nemen, hier is er een kwaliteitsvolle voorbereiding door een geëngageerde en competente staf.

De raad is hybride samengesteld met vertegenwoordigers uit het middenveld en wetenschappers. Ik zie daar toch voor- en nadelen. Iedereen moet zijn rol spelen en kennen, en dit binnen een passend evenwicht. Voor mij verloopt een goed beleidsproces in stappen.

  • Eerst detecteren van een probleem. Hier heeft het middenveld een belangrijke signaliserende rol. Vervolgens moet in kaart gebracht hoe groot het probleem is, en hierbij kan registratie en wetenschappelijk onderzoek helpen.
  • Dan gaan we na of er bewezen werkzame en efficiënte strategieën zijn om het probleem aan te pakken. Hier kan de wetenschap zijn rol spelen.
  • Op basis daarvan kunnen we met de raad een beleidsvoorstel formuleren.
  • Dan is het aan de politiek om te consulteren en te beslissen met het parlement als discussieforum.
  • Bij de beleidsimplementatie speelt opnieuw het middenveld een belangrijke rol.

Ook bij het middenveld zijn er kenniscentra en integreert men wetenschappelijke kennis in de werking. Toch stel ik vast dat het contact met de beschikbare wetenschappelijke gegevens erg verschillend is bij onze leden. De raad investeert daarom veel in het uitwisselen van kennis en inzichten via werkgroepen en hoorzittingen.

Daar bovenop komt het samen gaan van de thema's gezondheid, welzijn en gezin. Vinden jullie daar een gezamenlijke weg?

Dat vind ik een enorm boeiend aspect van deze raad. Hoe ver kunnen we samen met die groep gaan? Kunnen we samen werken aan bijvoorbeeld het introduceren van innovatie via intersectorale samenwerking?

Hoe evalueert u het adviesradenstelsel dat met Beter Bestuurlijk Beleid (BBB) in het leven werd geroepen?

Ik vind dat beleid transparant en complementair moet zijn. Het moet duidelijk zijn wie welke opdracht heeft en wie waarvoor verantwoordelijkheid draagt. Als BBB daartoe kan bijdragen dan ben ik een voorstander. Weet wel, in andere landen (bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk) wordt het debat rond keuzen voor de toekomst voor welzijn en gezondheid veel meer publiek gevoerd. Dat is ook in Vlaanderen nodig, willen we antwoorden kunnen realiseren voor de uitdaging van vergrijzing, diversiteit, armoede...

Hoe ziet u de toekomst voor de SARWGG?

Het voorbije jaar hebben we enkele zeer degelijke adviezen gemaakt. Ik denk aan de visienota maatschappelijk verantwoorde zorg en de reflectienota eerstelijnszorg. Daar mogen we terecht trots op zijn. Daar moeten we voor gaan. Ik ben ervan overtuigd dat we er ook zullen in slagen om rond moeilijke thema's zoals marktwerking en integrale zorg een degelijk onderbouwde gezamenlijke visie te ontwikkelen.

Ik hoop dat we nog meer van die fundamentele beleidskeuzen kunnen helpen voorbereiden. Dat is nodig om onze maatschappelijke rol te spelen.

Vertaalt zich dat al in impact op het beleid?

Dat is een groeiproces. Mijn ervaring in de Vlaamse gezondheidsraad heeft me geleerd dat goede adviezen maken maar een eerste stap is. Maar ik koester goede hoop dat het de juiste kant op gaat. De vertrouwensrelatie met onze voogdijminister kan nog groeien. Maar we zijn toch al een eind op weg. 

Ook gevonden inservMORAVlaamse HavencommissieVlaamse Luchthavencommissie